Bruegel schilderde Dulle Griet in 1563, tijdens de Gouden Eeuw van Antwerpen. Dermate fascinerend, vindt auteur Jeroen Olyslaegers, dat hij het schilderij gebruikt als uitgangspunt voor zijn roman-in-wording. “Voor mij is Dulle Griet en het gelijknamige Suske en Wiske-album van Willy Vandersteen een portaal naar mijn jeugd. Het is heilig en belangrijk voor mij. Toen ik het schilderij voor het eerst zag in een kunstboek van mijn vader, gebeurde er iets. Ik had het gevoel dat ik Bruegel begreep. Meer nog: ik kon me niet voorstellen dat iemand er niets van begreep. Als je voor Dulle Griet staat, vraag je je meteen af waar dit paneel eigenlijk over gaat. Als schilderijen interpreteren een game zou zijn, is Bruegels Dulle Griet minstens level 7, “ stelt Olyslaegers. 

 

Vat vol tegenstrijdigheden

“Wie goed kijkt, ziet dat Dulle Griet een vat vol tegenstrijdigheden is. Ze is groot vanwege het perspectief, ze staat op de voorgrond. Het is ook niet duidelijk wat ze eigenlijk uitricht in het schilderij. Karel Van Mander had het in 1604 over een Dulle Griet die een roof door de hel doet. Maar ze lijkt niet deel te nemen aan de roofpartij, ze loopt voorbij de hel, weg van het tafereel. Ook haar blik vind ik intrigerend. Haar ogen wijd opengesperd. En dan die fijne, witte lijnen om haar helm. Dat is een sluier. Dus in feite heeft zij een gesluierde blik. En dan vraag ik mij af: wat ziet zij eigenlijk? Ziet ze alles wat er om haar heen is, of is ze bezig met haar innerlijke wereld? Heeft zij deze wereld laten ontstaan, of is ze een niet kijkende getuige? “

Dulle Griet. Foto: Ans Brys.

 

Laffe vrouwen en drinkende apen

“Bruegel zet ons voortdurend op het verkeerde been. Kijk naar al die vrouwtjes. We associëren die met Griet, maar eigenlijk trekt zij zich niks van hen aan. Je ziet moedige vrouwen die duivels overmeesteren en vastbinden. Maar even verderop vangt een vrouw geldstukken op die de reus uit zijn achterste schijt. Je hebt er eentje die lijkt weg te rennen met een pot geld terwijl een ander duivels te lijf gaat met een zwaard. Zijn deze vrouwen moedig of laf? Ook fascinerend zijn de beeldrijmen. Onderaan zie je een ei waaruit hongerige kuikens komen piepen, bovenaan bespeelt een spin een harp die uit een ei komt. De muil en het oog van de hel links op het schilderij komen terug in het poortgebouw helemaal rechts. Je ziet aapjes die vrolijk aan het drinken zijn, terwijl onder hen een stoet geharnast mansvolk in de aanval gaat. Heel het schilderij bulkt van de tegenspraak. Zijn we in de hel? Of zijn we in Antwerpen dat zich overgeeft aan drank en hebzucht en daardoor zichzelf in brand steekt? Bedreigingen die een stad kwetsbaar maken, komen zelden van buitenaf, ze komen vaak van binnenin. Wie de ondeugden loslaat in de stad, maakt de stad zwak. Dat zou één van de interpretaties kunnen zijn. Het probleem is dat Dulle Griet boordevol lagen zit. Als je voor een interpretatie kiest en eerlijk bent, verlies je het schilderij. ”

Detail Dulle Griet. Foto: Ans Brys.

 

Hoofdzaak en bijzaak

“Bruegel leert ons de hoofdzaak scheiden van de bijzaak. Hij kan een paardenkont groot op de voorgrond afbeelden en Saulus die door God wordt aangeroepen ergens achterin verstoppen. Die inhoudelijke techniek heeft  een rechtstreekse invloed op mijn schrijven van Wildevrouw. Ik maak een groot tableau waarin verschillende figuren opduiken die gaandeweg belangrijker worden. Met mate, want als je niet oplet verliest de lezer zijn weg. In essentie heeft Bruegel het over afleiding, een gebrek aan concentratie en focus. Ik vind dat een heel hedendaagse filosofie. Hebben we nog wel concentratie? Soms, ja, maar we zijn ook met heel veel dingen tegelijk bezig. Bruegel thematiseert dat. Hij wekt een brandend actueel thema tot leven met een techniek die ik ook wil toepassen in mijn boek.”

Jeroen Olyslaegers. Foto: Ans Brys.

 

Museum als eerbetoon

“De Antwerpse verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh kocht in 1894 in Keulen Bruegels Dulle Griet voor een zacht prijsje. In 1901 sterft  hij plots na een ruiterongeval. Zijn moeder blijft achter met een enorme kunstverzameling en een onvervulde wens van haar zoon: een eigen museum waar hij zijn adembenemende collectie kan onderbrengen. Moeder van den Bergh liet in 1904 een huis bouwen naast haar eigen woning (het huidige districtshuis aan de Lange Gasthuisstraat, nvdr.). Ze richt het in als een 16de-eeuws woonhuis. Schilderijen, retabels, beelden, handschriften, wandtapijten, koffertjes en zoveel meer, het is allemaal opgesteld in een sfeervol interieur vol delicate kunstschatten. De geestdrift en het kennersoog van Fritz zijn voelbaar. Op die manier eert Henriëtte haar overleden zoon. Eerst kon je het museum enkel op aanvraag bezoeken. Vooral kunstenaars en schrijvers kwamen hier over de vloer om zich te laten inspireren door de kunstwerken. Pas veel later werd het museum opengesteld voor het grote publiek.”

Museum Mayer van den Bergh. Foto: Ans Brys.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief