Januari 2017. De Dulle Griet verlaat sinds eerst het museum voor een ingrijpende restauratie in het KIK. Het schilderij wordt er onderworpen aan een grondig wetenschappelijk onderzoek. Met behulp van hoogtechnologische apparatuur slagen de specialisten erin om de materiële geschiedenis en de opbouw van het schilderij in kaart te brengen.

 

Opzienbarende ontdekkingen

Het onderzoek bracht ook enkele opzienbarende ontdekkingen aan het licht en stelt een eerder onderzoek uit 2011 en 2012 bij. Het toont aan dat Bruegel het woord ‘Dul’ niet als titel op het paneel heeft aangebracht. Deze lusvormige inscripties of krassen zijn later, mogelijk toevallig, aangebracht en zijn ook elders op het schilderij aangetroffen.

Ook de datering van het werk is twee jaar bijgesteld. Dankzij de reiniging en het verwijderen van de oude verflagen is 1563 als datering op het schilderij teruggevonden. En niet 1561 zoals eerder werd aangenomen.

 

Waar maakte Bruegel zijn helletafereel: in Antwerpen of Brussel?

De nieuwe datum van Bruegels Dulle Griet doet direct stof opwaaien over de plaats waar de kunstenaar het helletafereel vervaardigde. In Antwerpen of in Brussel?

Bruegel trouwde wellicht in augustus 1563 in de Brusselse Kapellekerk met Mayken Coecke. De ondertrouw, op 25 juli in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, is gedocumenteerd. Wanneer Bruegel precies naar Brussel verhuisde, is niet geweten.

De vraag over de plaats van vervaardiging kan (nog) niet beantwoord kan worden. Breugel gebruikte in de jaren voor en na 1563 eenzelfde soort panelen. Waar hij ze kocht, is echter niet bekend. Hoe lang Bruegel aan één schilderij werkte is evenmin geweten. Schilderde hij dit tafereel in amper vier of vijf maanden tijd en is het volledig in Brussel ontstaan? Werkte hij het schilderij in Antwerpen af alvorens naar Brussel te verhuizen? Of transporteerde de kunstenaar een half afgewerkt paneel naar zijn nieuwe woonplaats? Sommige vragen blijven voorlopig onopgehelderd.

 

Hoe ging Bruegel tewerk?

Ook Bruegels werkwijze is bestudeerd. Die komt sterk overeen met zijn ander werk. Op de klassieke witte krijtgrond ligt een dunne, witte imprimaturalaag, dat een mengsel van krijt, loodwit en waarschijnlijk olie is. Hoewel het helletafereel groot en complex van opzet is, is de ondertekening spaarzaam en precies. Op sommige plaatsen wijkt Bruegel wat af van de oorspronkelijke compositie.

In het aanbrengen van de verflagen is Bruegels aanpak traditioneel: hij schildert de achtergrond, maar laat daarin ruimte voor motieven en details. Bruegel wist ongetwijfeld dat de kleuren hun oorspronkelijke schittering zouden behouden als hij sommige figuren rechtstreeks op de witte achtergrond aanbracht in plaats van op de achtergrondverf. De verflagen zijn extreem dun en Bruegel overschrijdt nergens meer dan twee lagen.

 

Oorspronkelijk kleurenpalet

Het schilderij stond voorheen bekend als een donker en grillig landschap met donkerrode lucht en bruine toetsen. Dankzij de technische studie van een tekening in kleur van Dulle Griet uit het Kunstpalast te Düsseldorf is veel ontdekt over het oorspronkelijke kleurenpalet van het Antwerpse schilderij. De tekening, voordien toegeschreven aan Pieter I Bruegel, blijkt een vroege kopie naar het schilderij te zijn. De kleuren op de tekening zijn bijzonder goed bewaard gebleven en het is een unieke en gedetailleerde getuigenis van de oorspronkelijke kleuren van het schilderij.

Op het paneel hebben twee kleurtonen blauw (smalt en azuriet) en groen veel aan kracht ingeboet, waardoor het uitzicht van het hele tafereel verandert. De jurk van Dulle Griet en de vlag waren oorspronkelijk diep blauw. Het gebruikte smalt was echter goedkoper en gemakkelijker voorhanden dan het zeer kostbare lapus lazuli. Ook het pigment azuriet (helder tot groen blauw) in de luchtpartij en de hoed van de hel heeft een veel donkerder uitzicht. De groene pigmenten van de kikker, de bladeren links bovenaan en de figuur rechtsonder hebben nu een bruinachtige tint.        

Het werk oogt na de restauratie veel frisser en toont details die lange tijd onzichtbaar waren, zoals het teddybeertje, de fijn uitgewerkte helmen en het prachtige landschap op de achtergrond. Het kleurenpalet is lichter en gevarieerder. De penseelstreken van Bruegel en zijn uitzonderlijke schilderstalent zijn opnieuw zichtbaar. Het ruimtelijke gevoel is volledig hersteld en het hele tafereel vertoont veel meer dieptewerking.

 

Terug in 2019, maar eerst naar Wenen

Het schilderij reist nu door naar het Kunsthistorisches Museum in Wenen, waar het één van de blikvangers wordt van de overzichtstentoonstelling van Bruegel. De expositie geeft het startschot voor de internationale festiviteiten rond de 450ste verjaardag van het overlijden van Pieter Bruegel de Oude.

In het voorjaar van 2019 keert Dulle Griet terug naar het museum en krijgt het als publiekstrekker opnieuw een prominente plaats in de opstelling.

 

Nieuwe tentoonstelling over collectioneurs

Vanaf 5 oktober 2019 vormt Dulle Griet de apotheose in een nieuwe tentoonstelling in het museum. U komt terecht in de leefwereld van 19de-eeuwse verzamelaars Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) en Florent van Ertborn (1784-1840), die aan de basis van de collecties van Museum Mayer van den Bergh en het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen liggen.

Beide collectioneurs waren hun tijd vér vooruit en hadden oog voor de kwaliteit en schoonheid van 15de- en 16de-eeuwse kunst. Dat was in die tijd ongewoon. Rubens gold immers als de grootste meester en alle kunst die daarvoor werd gemaakt, raakte uit de mode en werd vergeten. Met veel passie verwierven en bestudeerden Mayer van den Bergh en Van Ertborn prachtige schilderijen, beelden, manuscripten… Dikwijls waren het koopjes, soms investeringen en af en toe geniale vondsten.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief