Na de plotse dood van haar zoon Fritz verwezenlijkt ze zijn onvervulde wens: een museum om zijn adembenemende collectie tentoon te stellen. Henriëtte gaat onmiddellijk aan het werk met het ontwerp van het museum. Ze koopt de grond naast haar woning en laat de huisjes afbreken die daarop staan. Architect Joseph Hertogs bouwt het museum in gotische stijl.

Hij bewerkt daarvoor de plannen van  een huis dat Fritz en Henriëtte hadden laten bouwen op de site ‘Oud Antwerpen’ van de Wereldtentoonstelling in Antwerpen in 1894.

De meeste zalen zijn ingericht in neogotische en neo-Vlaamse-renaissancestijl, om bij de schilderijen en de beelden te passen. Henriëtte gebruikt voor de inrichting ook veel originele interieurelementen, zoals deuren, schouwmantels, glasramen en goudleder, die Fritz had aangekocht.

Sommige delen van de verzameling vragen om een andere aanpak. Het fijne porselein, het kant en textiel, de 18de-eeuwse portretten brengt Henriëtte onder in twee kamers in de stijl van Lodewijk XVI. Hiervoor bestelt ze een plafondschildering bij Edouard De Jans. De Jans is een gevierde schilder van romantische taferelen en een favoriete portretschilder van de Antwerpse society.

In de bibliotheekzaal laat Henriëtte glazen kasten bouwen voor de ruim negenhonderd boeken, waaronder zeldzame veilingcatalogi. Elk boek is voorzien van een ex-libris, die ontworpen is door de Antwerpse kunstenaar Edward Pellens.

Voor de gravures, prenten en tekeningen, die niet lang blootgesteld mogen worden aan licht, voorziet Henriëtte een blinde deur. De glasramen in het museum, die de sfeer van een typische 16de-eeuwse patriciërswoning scheppen, zijn ook verzameld door Fritz.

Op 17 december 1904, drie jaar na de dood van Fritz, opent Henriëtte de deuren van het museum. Het museum is vooruitstrevend op vlak van inrichting met tal van veiligheids- en klimaatvoorzieningen.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief