Jean Fouquet (1410/1430 - 1477/1481), Madonna omringd door serafijnen en cherubijnen (1454-1456), Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Foto Lukas-Art in Flanders - Hugo Maertens.

 

Verguisd in de 19de eeuw, unicum in de 21ste eeuw

Boisserée pende zijn mening neer in 1844. De wereld stopte nadien niet met draaien, want tegenwoordig waardeert men Fouquets paneel als een unicum en een absoluut meesterwerk van de Europese kunst van de 15de eeuw. Dat de Madonna de gemoederen beroert, is het minste wat je kunt zeggen. Eén blik op het schilderij volstaat om te begrijpen waarom. Die dekselse Fouquet slaagde er zowaar in om het onwerkelijke werkelijk te maken. Of andersom, dat kan ook. Er lijkt simpelweg geen adjectief te bestaan dat het werk overtuigend beschrijft. IJzig haalt de shortlist, maar warm ook. Net als klassiek en modern, monumentaal en intiem, realistisch en dromerig.

Detail uit Madonna van Fouquet. Foto: Ans Brys.

 

Wiskunde en olieverf

Zo’n meesterwerk ontstaat natuurlijk niet uit het niets. Wanneer Fouquet zijn Madonna schildert, rond 1455, beweegt er vanalles in de Europese schilderkunst. In het zuiden passen Italiaanse meesters steeds vaker wiskundige principes toe in hun werk. Een beter begrip van de perspectiefregels leidt daar tot schilderijen met een tot dan toe ongekende suggestie van diepte. In het noorden experimenteren meesters met olieverf. Die droogt traag, waardoor schilders hun werken laag per laag tot in het uiterste detail kunnen opbouwen. Zo kunnen ze portretten, stoffen, harnassen en parels, met een ongezien realiteitsgehalte weergeven.

Detail uit Madonna van Fouquet. Foto: Ans Brys.

 

Onaardse schoonheid

Fouquet was goed op de hoogte van de trends van zijn tijd en voor zijn Madonna speelde hij leentjebuur bij de twee invloedrijke stromingen. De pure vormen en het perspectief zijn Italiaans, de realistische weergave komt uit de Lage Landen. Koppel daar- aan de virtuositeit en het vakman- schap van de meester zelf en je krijgt een aardverschuiving in de Franse portretkunst. Waar er voorheen aan de lopende band geïdealiseerde Maria’s werden geproduceerd, gaf Fouquet zijn Maria de gelaatstrekken van een échte vrouw. Agnès Sorel, de overleden minnares van de Franse koning Karel VII, stond in haar tijd bekend om haar bijna onaardse schoonheid en Fouquet doet haar alle eer aan. Ze oogt wit en strak als een marmeren beeld. Madonna belichaamt het vrouwelijke schoonheidsideaal uit de 15de eeuw: hoog voorhoofd, extreem blanke huid, rode lippen, smalle taille en ver uit elkaar staande borsten.

Detail uit Madonna van Fouquet. Foto: Ans Brys.

 

Serafijnen en cherubijnen

Dit is misschien wel het opmerkelijkste schilderij uit de collectie van Ertborn. Deze Maria is bovendien deel van een tweeluik. Het paneel met de opdrachtgever bevindt zich in Berlijn. Die opdrachtgever was Etienne Chevalier, schatbewaarder van de Franse koning Karel VII. Rondom Maria haar troon staan rode en blauwe engelen. Dat is niet zomaar een vondst van de kunstenaar. Rode engelen zijn serafijnen, brandend van liefde voor God. Zij zijn de hoogste in rang. Na hen komen de blauwe engelen of cherubijnen. Zij symboliseren Gods genade. Het Christuskind wijst zijn moeder op het portret van de opdrachtgever. Christus beveelt Etienne Chevalier dus aan in de genade van Maria.

Dubbelluik Chevalier

 

Madonna ontmoet Dulle Griet

Vandaag is dit meesterwerk van Jean Fouquet één van de gastvrouwen op de tentoonstelling ‘Madonna ontmoet Dulle Griet’ in het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh.

De Madonna van Fouquet. Foto: Ans Brys.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief